Titel

Waarom het materialisme geen rationele theorie is

Geplaatst door

Titus Rivas   (publicatiedatum: 12 June, 2012)

Samenvatting

In dit beknopte filosofische essay tracht de auteur een wijdverbreide misvatting te ontzenuwen: de misvatting dat alleen ontologisch materialisme rationeel zou zijn.


Tekst


Waarom het materialisme geen rationele theorie is (Eindnoot 1)

door Titus Rivas

Het woord materialisme heeft twee hoofdbetekenissen:

(1) Een theorie die stelt dat alles in de werkelijkheid materieel oftewel fysiek is en dat er niets bestaat wat niet materieel is (Eindnoot 2). De hele realiteit zou dus een manifestatie zijn van de onbezielde 'stof' oftewel materie. Dit heet ook wel ontologisch materialisme; een ontologie (Grieks: 'leer van het zijn') is een filosofische theorie over de bestanddelen van de werkelijkheid. Een ontologie biedt onder andere een ondergrond waarop je wetenschappelijk onderzoek kunt doen.
(2) Een (eenzijdige) gerichtheid op bezit, uiterlijk en andere tastbare, materiële zaken. Dit heet ook wel axiologisch (of ethisch) materialisme; axiologie betekent filosofische waardeleer oftewel leer van alles wat waardevol is in het leven.

In dit beknopte filosofische essay wil ik een wijdverbreide misvatting over materialisme in genoemde eerste betekenis ontzenuwen: de misvatting dat alleen het zogeheten ontologisch materialisme rationeel zou zijn.

In het ontologisch materialisme stelt men zoals gezegd dat de hele werkelijkheid fysiek is. Rationeel denken (Eindnoot 3) is in het algemeen de vorm van denken die gebruik maakt van coherente redeneringen (samenhangende redeneringen waarbij de gebruikte stellingen elkaar niet tegenspreken) en tegelijkertijd willekeurige dogma's (leerstellingen die je zonder goede gronden op gezag moet aannemen) verwerpt. Voorbeelden van irrationele stromingen zijn het ontologisch nihilisme (Eindnoot 4) (vanwege de incoherentie oftewel de innerlijke tegenspraak ervan) en fundamentalistische religies (door het aanhangen van willekeurige dogma's).

Het materialisme als enige rationele stroming
Strijdlustige aanhangers van het materialisme stellen niet slechts dat het materialisme een volkomen rationele filosofische theorie is maar zelfs dat het de enige rationele stroming is. Laten we eens kijken wat dit zou kunnen betekenen, gegeven bovenstaande definitie van rationeel denken:

(1) Alle niet-materialistische stromingen zijn incoherent.
Sommige materialisten hebben dit inderdaad beweerd. Ze stelden bijvoorbeeld dat de notie van een niet-fysieke geest “onbegrijpelijk” is of dat het ondenkbaar is dat een niet-fysieke geest in wisselwerking kan staan met een stoffelijk brein, een orgaan dat net zo fysiek is als de nieren, de lever, het hart, enz. (Een spottende Engelse uitdrukking die in dit verband bekend werd is “ghost in the machine”.)
Deze stellingname is erg vreemd indien materialisten tegelijkertijd zelf wel uitgaan van een onherleidbaar bewustzijn dat gecreëerd zou zijn door een fysiek brein, dat wil zeggen: een bewustzijn dat je zelf niet kunt opvatten als iets wat behoort tot de materiële werkelijkheid buiten dat bewustzijn. Zolang ze toegeven dat bewustzijn unieke kenmerken bezit die niet in onbezielde, levenloze materiële objecten voorkomen, kunnen ze zich kennelijk wel iets voorstellen dat op zijn minst heel dicht bij zo'n niet-fysieke geest komt. Dus zo bizar en incoherent is dat concept kennelijk toch ook weer niet. Zolang ze zelf uitgaan van fysieke oorzaken van bewuste ervaringen is het voorts ook merkwaardig dat ze de logische mogelijkheid van de beïnvloeding van de materie door bewustzijn bij voorbaat uitsluiten. Het is, strikt rationeel beschouwd, volstrekte willekeur om de veronderstelde creatie van een heel nieuw domein door de hersenen zomaar te accepteren en vervolgens elke causale beïnvloeding vanuit dat nieuwe domein bij voorbaat uit te sluiten. De notie van de creatie van een heel nieuw domein gaat namelijk nog veel verder dan de veronderstelling dat iets invloed kan uitoefenen op een domein dat daarvoor al bestond.
Alleen wanneer men het bewustzijn met zijn unieke kenmerken (Eindnoot 5) uit het materialistische wereldbeeld schrapt, spreekt men zichzelf niet al meteen tegen wanneer men stelt dat alle niet-materialistische theorieën incoherent zijn. Wanneer men de unieke kenmerken van bewustzijn onderkent (en zich in die zin feitelijk niet strikt materialistisch opstelt), zou die incoherentie namelijk ook voor de eigen theorie moeten gelden. Ik bedoel dat denkers die de unieke kenmerken van bewustzijn onderkennen zelf niet-materialistische elementen (Eindnoot 6) in hun eigen wereldbeeld hebben opgenomen en daarom niet meer mogen beweren dat het raar of irrationeel is om dat te doen, omdat dit dan ook voor hun eigen wereldbeeld zou moeten gelden.

Het schrappen van die niet-materialistische elementen zien we inderdaad bij zogeheten radicale reductieve en eliminatieve materialisten zoals Daniel Dennett en Susan Blackmore die expliciet ontkennen dat er een onherleidbaar bewustzijn bestaat. Reductionisten stellen dat wat we kortweg bewustzijn (Eindnoot 7) noemen te herleiden valt tot niet-bewuste “rekenprocessen” in het brein (reduceren = herleiden). Eliminativisten stellen zelfs dat het begrip bewustzijn achterhaald is en niet eens overeenkomt met iets wat echt bestaat; daarom moet men dit begrip bewustzijn 'elimineren', schrappen uit de wetenschappelijke theorieën.
Andere, zogeheten niet-reductieve of holistische (Eindnoot 8) materialisten hebben wat dit betreft echter geen poot om op te staan. Niet-reductieve materialisten stellen dat het bewustzijn niet gereduceerd kan worden tot het fysieke brein. Holistische materialisten stellen dat het bewustzijn een holistisch verschijnsel is van het brein of lichaam als geheel dat meer is dan de som van de fysieke onderdelen Ze houden vast aan het bestaan van een niet-subjectieve fysieke wereld en zien het bewustzijn als een onreduceerbare, speciale manifestatie daarvan (Eindnoot 9).

(2) Alle niet-materialistische stromingen zijn dogmatisch.
Deze stelling wordt tegenwoordig waarschijnlijk vaker verdedigd dan de stelling dat alle niet-materialisten incoherente onzin aanhangen. Met de beschuldiging dat niet-materialisten dogmatisch zijn wordt in dit verband dan gerefereerd aan het veronderstelde feit dat al het verzamelde empirische bewijsmateriaal wijst op een zuiver materiële realiteit. Meer veronderstellen dan zo'n zuiver fysieke realiteit zou strijdig zijn met het bewijsmateriaal en dus dogmatisch, d.w.z. gebaseerd op willekeurige leerstellingen over de werkelijkheid. De enige reden dat niet-materialisten tegen het materialisme ingaan is volgens deze voorstelling van zaken dus dat ze dogmatisch 'geloven' dat er nog meer is dan alleen materie.

Ook hier geldt weer dat alleen materialisten die het bestaan van een onherleidbaar bewustzijn ontkennen kunnen volhouden dat er geen aanwijzingen bestaan voor niet-fysieke verschijnselen in de gangbare betekenis. Bewustzijn is namelijk het meest alledaagse voorbeeld van een fenomeen dat (gegeven de gangbare definitie van materie als iets niet-subjectiefs (Eindnoot 10)) met geen mogelijkheid als fysiek (in de gangbare betekenis) kan worden beschouwd. Het wordt beleefd door alle wezens met subjectieve ervaringen. Tenzij eliminativisten en reductionisten helemaal geen (onreduceerbare) subjectieve, bewuste ervaringen ondergaan, gaat hun positie dus in tegen alles wat ze zelf bewust ervaren! Een dogmatischere ontkenning is niet denkbaar, omdat het gaat om een ontkenning van een vast, onontkoombaar aspect van alle waarnemingen en daarmee ook alle introspectieve observaties van mensen. Alleen maar omdat het niet past in het eigen materialistische wereldbeeld. Zelfs iemand die een psychose ondergaat, houdt in zijn of haar beeld van de werkelijkheid nog meer rekening met wat hij of zij ervaart. In die zin is een reductieve of eliminatieve materialist filosofisch beschouwd dus duidelijk nog meer de weg kwijt dan iemand die psychotisch is.

Het materialisme is irrationeel
Veel materialisten ontkennen het bestaan van bewustzijn met zijn overduidelijk niet-fysieke, subjectieve en kwalitatieve kenmerken helemaal (eliminatief materialisme), of ze proberen bewustzijn te herleiden tot iets fysieks (reductief materialisme), d.w.z. tot iets wat als zodanig geen subjectieve of kwalitatieve kenmerken zou kunnen hebben, bijvoorbeeld door het bewustzijn te “ontmaskeren” als een illusie.
Bewustzijn wordt volgens holistische, niet-reductieve materialisten wel eens als een bijzonder holistisch “niveau” van het fysieke lichaam gezien. Maar hoe kan een verschijnsel een niveau van iets fysieks zijn zonder dat het zelf geheel en al fysiek is? Waar komen die niet-fysieke kenmerken dan opeens vandaan en hoe kunnen ze bestaan in de volledig fysieke hersenen – als “aspect” daarvan? Strikt logisch beschouwd is dit gewoon onmogelijk.
Wat dit betreft zijn het eliminativisme en reductionisme op conceptueel niveau nog minder irrationeel dan het holisme, hoewel ze dan wel al onze subjectieve ervaringen ontkennen. Hoe dan ook is het materialisme op geen enkele rationele manier overeind te houden. Het aanhangen van niet-reductieve vormen van materialisme is irrationeel omdat die posities per definitie incoherent zijn en het aanhangen van reductief en eliminatief materialisme is irrationeel omdat de posities in strijd zijn met letterlijk alles wat we ervaren.

In zekere zin is zowel het eliminatieve als het reductieve materialisme trouwens ook analytisch (qua coherentie) beschouwd onhoudbaar. Het gaat namelijk weliswaar niet expliciet uit van een bewuste geest, maar vooronderstelt zo'n geest impliciet wel bij de eigen theorievorming. Wat is een theorie als (de diverse vormen van) het materialisme namelijk nog als er geen onherleidbare geest bestaat waar die theorie een onderdeel van vormt?

Rationaliteit en anti-materialisme
De identificatie van materialisme en rationalisme is gebaseerd op een zeer grote misvatting. Er is werkelijk helemaal niets rationeel aan ontologisch materialisme. De misvatting heeft helaas ook doorgewerkt in reacties op materialisme:

Anti-materialisten kunnen (ten onrechte) denken dat rationaliteit en de verwerping van materialisme principieel onverenigbaar zijn. Om die reden kunnen ze pleiten voor een devaluatie van rationaliteit, wat bijvoorbeeld kan leiden tot de geringschatting van rationele argumentatie of wetenschap.
Ze kunnen zich zelfs uitspreken voor het terugdringen van rationele analyse ten gunste van andere kenvormen. De rede wordt dan bijvoorbeeld niet als aanvulling op de intuïtie gezien, maar als minder waard dan die intuïtie. Deze houding komt overigens al vroeg in de geschiedenis voor. Door de kaping van rationaliteit door het irrationele materialisme, raakte rationaliteit als het ware “besmet” en voelden velen een drang er zoveel mogelijk afstand van te doen of de rede te ontstijgen.
In het uiterste geval leidt de ontwaarding van het verstand (dat als het ware “automatisch” tot materialisme zou leiden en volledig hersengebonden zou zijn volgens bepaalde stromingen) tot het omhelzen van regelrecht krankzinnige, anti-rationalistische levensbeschouwingen die bijvoobeeld gepaard kunnen gaan met rassenwanen (bijvoorbeeld bij Ludwig Klages) of uit de lucht gegrepen samenzweringstheorieën.

De rede werd in de middeleeuwen zo veel mogelijk onderworpen aan een dogmatisch christelijk geloof. Sinds de opkomst van de westerse natuurwetenschappen is rationaliteit helaas op een absurde manier geassocieerd geraakt met materialisme. Dit is ironisch omdat de bekendste rationalisten uit de moderne filosofie (Descartes, Spinoza en Leibniz) geen van alle materialist waren en het rationalisme in de Griekse oudheid onder andere verbonden was aan de filosofie van Socrates en Plato (de bekendste westerse grondlegger van het lichaam-geest dualisme)! Het wordt hoog tijd dat niet-materialisten de ratio opnieuw onderkennen als een zeer waardevolle bondgenoot.

Literatuur
- Chalmers, D. (1996). The Conscious Mind. New York: Oxford University Press.
- Dennett, D.C. (1995). Het bewustzijn verklaard. Uitgeverij Contact.
- Heijden, J. van der (2011). Het gelijk van Descartes: de herontdekking van de ziel. Terugkeer 22(2), 22-26.
- Heijden, J. van der (2011). Zeker weten! Het bestaan gaat door. Terugkeer 22(3), 23-25.
- Kelly, E.F., Williams Kelly, E., Crabtree, A., Gauld, A. & Grosso, M. (2007). Irreducible Mind: Toward a Psychology for the 21st Century. Lanham: Rowman & Littlefield.
- Popper, K.R., & Eccles, J.C. (1977). The Self and its Brain. Berlin: Springer.
- Rivas, T. (1993). De mysterieuze relatie tussen hersenen en geest, Prana, 78, 69-74.
- Rivas, T. (2012). Geesten met of zonder lichaam. Lulu.com.

Eindnoten
1. Met dank aan Rudolf H. Smit.
2. Onder fysiek of materieel verstaat men iets dat volledig bestaat uit materie. Van materie wordt door ontologische materialisten onder meer gesteld dat het los van bewustzijn of geest (en dus ook als meer dan een abstractie), op zichzelf, kan bestaan en dat het geen inherente subjectieve eigenschappen heeft. Materie omvat alle verschijnselen die hieraan voldoen. Het woord fysiek is overigens afgeleid van het Griekse woord physis dat natuur betekent en niet per se materialistisch opgevat hoeft te worden, maar in het huidige taalgebruik is fysiek een synoniem van materieel geworden.
3. Redelijk denken volgens de 'ratio' oftewel 'rede'.
4. Het ontologisch nihilisme stelt dat er niets bestaat. Aangezien het ontologisch nihilisme alleen iets kan stellen als het zelf ten minste bestaat, is ontologisch nihilisme incoherent en daarmee irrationeel.
5. Bijvoorbeeld dat bewuste ervaringen subjectief zijn en dat ze kwaliteiten bezitten die niet herleidbaar zijn tot fysieke patronen (de zogeheten qualia), zoals geuren, smaken, kleuren, tonen, gewaarwordingen, gevoelens als verdriet of geluk, etc.
6. Of ten minste niet tot de gangbare opvattingen over materie herleidbare elementen.
7. Bewustzijn is hier: “alle subjectieve ervaringen die iemand ondergaat”.
8. Holisme: stroming volgens welke er 'gehelen' in de werkelijkheid bestaan die niet te herleiden zijn tot hun onderdelen. Een bekende spreuk van holisten luidt: “Het geheel is meer dan de som van de delen.”
9. Let wel: holistisch materialisme mag niet verward worden met panpsychisme, dat geen materialistische stroming is (bij panpsychisme is elk materieel deeltje verbonden met een deeltje [al dan niet sluimerende] geest, zodat de hele materie in feite 'bezield' is).
10. Iets niet-subjectiefs: iets wat niet slechts in iemands subjectieve bewustzijn bestaat, maar ook los daarvan.

Online artikel, gepubliceerd op 12 juni 2012 op txtxs.nl

Contact: titusrivas@hotmail.com